Prosopografie is een retorisch apparaat. Het komt neer op het beschrijven van de uiterlijke kenmerken van een persoon of dier. Je ziet het overal in de literatuur. Het is de manier waarop auteurs het fysieke gezicht van een personage schetsen.

Maar het is niet alleen een lijst met functies. Het is een hulpmiddel voor representatie.

Wat is prosopografie precies?

In de kern richt prosopografie zich op het fysieke uiterlijk. Denk aan de details die bepalen hoe iemand eruit ziet. Het bedekt gelaatstrekken. Het omvat hoogte. We hebben het over haarkleur en stijl. Oor vorm. Neus structuur. Kleur van de ogen. Huidskleur. Dit zijn de bouwstenen.

In de praktijk brengt een prosopografie de meest relevante kenmerken naar voren. Het vermeldt niet elke moedervlek of verdwaald haar. Het schetst een beeld. Het stelt de lezer in staat het onderwerp te visualiseren door zich te concentreren op de bepalende contouren van hun uiterlijk.

Is het altijd een feitelijk verslag? Niet noodzakelijkerwijs.

Subjectiviteit in de beschrijving

Prosopografieën hoeven niet objectief te zijn. De intentie van de auteur doet ertoe. Afhankelijk van het genre gebruiken schrijvers verschillende retorische bronnen. Ze leunen misschien op vergelijkingen. Metaforen. Metonymie. Deze hulpmiddelen vormen het beeld.

Een auteur kan waardeoordelen opnemen. Ze kunnen bepaalde aspecten benadrukken die passen bij de rol van het personage. Als je een slechterik schrijft, kun je scherpe hoeken benadrukken. Een held kan zachtere lijnen krijgen. De beschrijving dient het verhaal.

Dit apparaat is gebruikelijk in meerdere velden. Je vindt het in fictie. Het komt voor in historische verhalen. Het wordt gebruikt in biografieën. Het werkt voor fictieve personages. Het werkt voor echte historische figuren. Het werkt voor mensen die je in werkelijkheid kent.

Neem Mario Vargas Llosa. In zijn roman De oorlog aan het einde van de wereld gebruikt hij prosopografie om de hoofdpersoon te definiëren. Hier is een fragment uit die beschrijving:

“Het huis van de mens is al een tijdje aan het flaconeren, terwijl het gevaar zich afspeelt. Het is een tijdperk van oscura, zijn prominente kleuren en het vuur blijft branden met de eeuwigdurende brand”.

De vertaling vat de essentie samen: lang en dun, in profiel verschijnend. Donkere huid. Prominente botten. Ogen brandend van eeuwig vuur. Het is niet zomaar een lijst. Het is een sfeer. Het zet een toon voordat het personage zelfs maar spreekt.

Prosopografie versus etopeya

Er is een duidelijk tegendeel aan deze fysieke beschrijving. Het heet etopeya.

Terwijl prosopografie zich bezighoudt met de buitenkant, houdt etopeya zich bezig met de binnenkant. Het beschrijft psychologische eigenschappen. Morele kwaliteiten. Spirituele kenmerken. Het is de ziel van het personage, niet hun skelet.

Wanneer je beide combineert, krijg je een volledig portret. Prosopografie verzorgt het lichaam. Elopeya zorgt voor de geest. Samen creëren ze een volledige karakterisering.

Waarom is dit onderscheid belangrijk voor schrijvers? Omdat een plat karakter vaak één van deze elementen mist. Je zou de blauwe ogen en het warrige haar van een personage perfect kunnen beschrijven. Maar als je niet naar hun interne conflict verwijst, blijven ze een model. De prosopografie baseert ze op de werkelijkheid. De etopeya geeft hen keuzevrijheid.

Als u deze twee soorten beschrijvingen leert scheiden, kunt u rijkere cijfers opbouwen. Begin met het gezicht. Ga dan naar de geest. Het resultaat is een persoon, niet alleen een foto.