Eeuwenlang bloeide een koninkrijk in het hedendaagse Peru door gebruik te maken van een verrassende agrarische hulpbron: de uitwerpselen van zeevogels, bekend als guano. Uit nieuw onderzoek gepubliceerd in PLOS One blijkt dat deze beschaving al in 1250 guano-meststof toepaste op maïsgewassen – bijna 200 jaar vóór de opkomst van het Inca-rijk.
De waarde van “wit goud”
De eilanden voor de kust van Peru verzamelen enorme hoeveelheden guano, rijk aan stikstof en andere essentiële voedingsstoffen. Deze natuurlijke meststof bleek van onschatbare waarde voor de inwoners van de regio, waardoor ze grotere bevolkingsgroepen in stand konden houden en robuuste handelsnetwerken konden ontwikkelen. Terwijl de VS later aan het eind van de 19e eeuw guano uitbuitten voor hun eigen imperiale winsten, erkende het Peruaanse koninkrijk zijn macht al lang daarvoor.
Archeologisch bewijs
Archeologen analyseerden de koolstof-, stikstof- en zwavelisotoopverhoudingen in oude maïskolven uit de Chincha-vallei. De aanwezigheid van mariene isotopen, gecombineerd met regionale iconografie met zeevogels, duidt sterk op het consistente gebruik van guano als meststof. Deze methode bouwt voort op gevestigde archeologische technieken, maar richt zich op zwavel, een minder gebruikelijke analysefactor.
Waarom dit belangrijk is
De vroege adoptie van guanobemesting is belangrijk omdat het geavanceerde landbouwtechnologie demonstreert. “De oorsprong van bemesting is belangrijk omdat bodembeheer dat grootschalige gewasproductie mogelijk maakt, van cruciaal belang zou zijn geweest voor het mogelijk maken van bevolkingsgroei”, legt Emily Milton uit, co-auteur van het onderzoek bij het Smithsonian Institution. Als we begrijpen hoe dit koninkrijk bloeide, zou dit licht kunnen werpen op hun sociale dynamiek en economische macht.
Implicaties voor toekomstig onderzoek
Deze ontdekking bemoeilijkt ook de isotopenanalyse die wordt gebruikt om oude diëten te reconstrueren. Het toepassen van zeebemesting op landgewassen creëert “valse mariene signalen” in voedselproducten, waardoor dierlijke of plantaardige diëten mogelijk verkeerd worden geïnterpreteerd. Het werk suggereert dat oude landbouwpraktijken de isotopische kenmerken op onverwachte manieren kunnen hebben beïnvloed, waardoor wetenschappers hun methoden moesten verfijnen.
Het gebruik van guano door dit oude koninkrijk onderstreept de vindingrijkheid van pre-Inca-beschavingen en de blijvende waarde van natuurlijke hulpbronnen. Het benadrukt hoe duurzame landbouwpraktijken de maatschappelijke ontwikkeling kunnen stimuleren en roept vragen op over hoe de toegang tot dergelijke hulpbronnen de machtsdynamiek in de regio heeft gevormd.
