Eeuwenlang hebben mensen zich afgevraagd waarom we van nature vijf vingers aan elke hand en voet ontwikkelen. Het kinderliedje ‘This Little Piggy’ herinnert ons op speelse wijze aan dit fundamentele biologische kenmerk, maar de echte reden ligt diep in onze evolutionaire geschiedenis. Wetenschappers hebben nu een beter inzicht in hoe dit vijfcijferige patroon is ontstaan, waardoor het teruggaat tot onze oude voorouders van vissen.

Van vinnen tot vingers: de diepe wortels van tetrapod-ledematen

Ongeveer 360 miljoen jaar geleden, tijdens het Devoon, begonnen vissen zich aan land te wagen. Deze vroege tetrapoden – de eerste gewervelde dieren met vier ledematen – hadden aanvankelijk ledematen met maximaal acht cijfers. Na verloop van tijd gaf de evolutie echter de voorkeur aan een meer gestroomlijnde structuur, waarbij men zich op vijf cijfers per ledemaat vestigde. Dit was niet willekeurig; het werd genetisch gecodeerd in de Hox-genen, meestercontrolegenen die de ontwikkeling van het lichaamsplan dicteren.

De belangrijkste conclusie is dat de vijfcijferige structuur geen willekeurig ontwerp is, maar eerder een diepgeconserveerde eigenschap die is geërfd van onze aquatische voorgangers. Tegenwoordig deelt meer dan 99% van de op het land levende gewervelde dieren dezelfde vijfvingerige botstructuur. Zelfs zeezoogdieren zoals zeehonden en walvissen behouden het skelet van vijf vingers in hun vinnen, terwijl vogelembryo’s tijdelijk vijf vingers ontwikkelen voordat ze zich in hoeven of minder tenen nestelen.

De genetische blauwdruk: hoe visvinnen vingers werden

Recent onderzoek, waaronder studies onder leiding van Tetsuya Nakamura van de Rutgers University, heeft de genetische link tussen visvinstralen en onze vingers aangetoond. Met behulp van CRISPR-Cas-genbewerkingstechnologie hebben wetenschappers het DNA van vissen met roggenvin, zoals de zebravis, veranderd en hun embryonale ontwikkeling vergeleken met die van muizen.

Ze ontdekten dat dezelfde Hox-genen die verantwoordelijk zijn voor de ontwikkeling van vinstralen bij vissen, ook de vingervorming bij zoogdieren bepalen. Dit betekent dat onze vingers niet helemaal opnieuw zijn verschenen; ze evolueerden uit reeds bestaande structuren in vissen, die in de loop van miljoenen jaren een nieuwe bestemming kregen. Het proces omvatte het transformeren van vinstralen in cijfers die geschikt zijn voor voortbeweging en manipulatie op land.

Evolutionaire innovatie: verder dan vingers en tenen

Het vijfcijferige patroon is niet het enige overblijfsel uit ons waterverleden. Andere kenmerken van gewervelde dieren hebben een vergelijkbare oorsprong. De achterpoten van landdieren zijn bijvoorbeeld voortgekomen uit de buikvinnen van vissen met kwabvin, terwijl de schoudergordels zich hebben ontwikkeld uit de kieuwbogen van vissen. Zelfs de menselijke nek – een structuur die bij vissen ontbreekt – ontstond doordat het schedelbot van de schoudergordel werd gescheiden, waardoor onafhankelijke hoofdbewegingen mogelijk waren.

Deze aanpassingen zijn een voorbeeld van evolutionaire innovatie: het herbestemmen van bestaande structuren voor nieuwe functies. In het geval van vingers en tenen werden visvinstralen in de loop van de tijd aangepast tot de meer veelzijdige cijfers die we tegenwoordig gebruiken.

Wat blijft onbekend

Ondanks deze doorbraken blijven de exacte redenen waarom de evolutie zich op vijf cijfers vestigde onduidelijk. Sommige zeldzame genetische mutaties, zoals polydactylie (extra vingers of tenen), tonen aan dat alternatieve configuraties mogelijk zijn. Toch is het vijfcijferige patroon blijven bestaan ​​vanwege de effectiviteit ervan in terrestrische omgevingen.

Het vakgebied maakt snel vorderingen met verbeterde hulpmiddelen voor het bewerken van genen, zoals CRISPR-Cas9, en belooft verdere inzichten in de mechanismen die onze ledematen hebben gevormd. Voorlopig dient het verhaal van vijf vingers en tenen als een krachtige herinnering aan onze diepe verbondenheid met het verleden van de oceaan.